Hoe werken we op de tuin?
De biologische landbouw streeft naar duurzame vruchtbaarheid van de aarde door inzet van kompost, groenbemesters, vruchtwisseling en behoedzaam gebruik van landbouwwerktuigen. Er wordt bewust natuur aangelegd op het bedrijf, om een levendige, gevarieerde gezonde omgeving te creëren. Als er een natuurlijk evenwicht op de tuin is, zijn geen chemische bestrijdingsmiddelen meer nodig voor de geteelde producten.

Bemesting en groenbemesters
We bemesten de tuin met goedverteerde potstalmest van biologische geitenhouder Reimert uit Marienheem. Dit doen we in het voorjaar met eigen mechanisatie, er komt dus geen loonwerker met veel te zware machines op het land.



Op de helft van de tuin worden geen groentes geteeld, maar groenbemesters.
De bedoeling van groenbemesters is:
- rust voor de bodem. Er wordt niet constant in de grond ‘geroerd’ wat je bij de groenteteelt wel doet: spitten, eggen, schoffelen, frezen enz. Iedere keer dat je de grond bewerkt verstoor je het bodemleven en wordt er humus afgebroken. Door dit dus drie jaar lang niet te doen wordt er humus opgebouwd. Humus is de potgrond-achtige substantie, het levende van de grond, dat de planten voedt.
- Toevoer van organisch materiaal. Als je de groenbemester onderwerkt, verhoog je het organische stof gehalte van de bodem, waarvan weer humus wordt gemaakt.
- En als klap op de vuurpijl heeft klaver nog een speciale truc: hij haalt
stikstof uit de lucht en legt die vast in bolletjes in de grond. Stikstof is de voornaamste en moeilijk te krijgen voedingsstof die de planten nodig hebben.
Tot 2010 teelden we als groenbemester gras met veel klaver erin, waarop koeien van een naburige boer liepen. We zagen hier echter veel te weinig gunstige resultaten van; er kwam niet méér organische stof, we hadden nog altijd véél mest nodig om de groenten een beetje te laten groeien, en bovendien trapten de koeien de grond veel te vast aan zodat we structuurproblemen kregen.

Vanaf 2011 zijn we aan het experimenteren met grasklaver die we regelmatig maaien en ter plekke laten verteren. Ook met allerlei soorten klaver en met grote organische stofproducenten als Soedangras. Alles om de grond te verbeteren en de kringlopen te sluiten, minder afhankelijk te worden van de input van mest van buitenaf.

Mechanisatie
We draaien de tuin met z’n tweetjes, en maken waar mogelijk gebruik van allerlei werktuigen aan de trekker.
Voor grondbewerking hebben we een spitfrees, vaste eg, stoppelploeg en hakfrees, waarmee we afgeoogste percelen weer zwart maken.
Voor de aardappelteelt is een heel scala aan machines nodig die alleen maar voor die aardappelen gebruikt kunnen worden: pootmachine, aanaarder, loofklapper, kantenrooier, sorteerder en opvoerband. De halve schuur staat er vol mee.
Voor de gewasverzorging hebben we een aparte trekker met heel smalle bandjes, waarmee je door het gewas kunt rijden. Er is er een schoffelbalk en twee wiedeggen, dit om onkruid in het gewas te bestrijden.

Ook zijn er nog éénwielige freesjes (foto), waarmee je onkruid kunt wegfrezen als je met de grote trekker het land niet op kunt, als het te nat is dus.

Er is ook een preiponser en een beregeningshaspel en een handzaaimachientje.
Oogsten doen we meestal met de hand, maar er is wel een beddenlichter die we zo nu en dan gebruiken, en het meest gebruikte werktuig is de Palletdrager, hiermee voeren we alle kisten met geoogst product van het land af.
Voor de winteropslag hebben we een speciale aardebedekte bewaarschuur. Hierin liggen de producten vorstvrij en op een constante temperatuur. Er staat een poetsmachine om het zand van de wortelen, aardappelen, bieten enz. te borstelen. Er is ook een koelcel in, om in de zomer de geoogste groenten een nachtje over te kunnen laten staan.

En verder is er heel veel handwerk; vrijwel al het oogsten doen we met de hand, planten doen we ook zonder machine, op de knietjes, dit gaat sneller dan om voor al die kleine teeltjes steeds de plantmachine anders af te stellen, bovendien heb je dan iemand extra erbij nodig. Ook schoffelen we met de hand in de rij, en wieden we sommige teelten met de hand. En bijna alle aardappelen worden met de hand in zakjes van 2 kilo verpakt…
Als je de hele productie van je bedrijf in Zwolle af wilt zetten, zul je een zo breed mogelijk assortiment aan groentes moeten telen. En dat doen we dan ook. We telen drie of vier soorten sla, maar telen elke soort ook nog eens 14 keer opnieuw na elkaar. Want als een partij sla klaar is, kun je er hooguit tien dagen van oogsten, daarna is hij overrijp. Om van eind mei tot november sla te hebben, moet je dus iedere tien dagen opnieuw zaaien en planten. En zo gaat dat met nog veel andere groentes. Alles wat enigszins op onze tuin wil groeien, telen we ook.
Dus u begrijpt, het is bepaald geen monocultuur op de tuin. Bij elkaar 39 gewassen in 112 teelten! Van aardappel tot koolrabi, van basilicum tot spruitjes.

Dat kunt u allemaal komen bekijken op onze tuin!
In 2003 hebben we iedere maand een panorama gemaakt van de tuin, zodat de veranderingen goed zichtbaar worden. U kunt hier dus alvast een voorproefje nemen.
De nieuwsbrieven beginnen ieder jaar met een teeltplan; ook daarop kunt u zien wat we zoals verbouwen.
We voeren het EKO-keurmerk als bewijs van controle. Dit wordt toegekend door de onafhankelijke controleorganisatie Skal

Tot ca 2008 voerden we ook nog het Demeter merk, van de  biologisch-dynamische landbouw. Die gaat nog een stapje verder. De normen zijn nog wat strenger en er wordt expliciet gewerkt aan een zo levenskrachtig mogelijke bedrijfsindividualiteit. We gebruikten echter niet altijd alle preparaten die hier verplicht zijn; daarom mogen we dit merk niet meer voeren. Er is verder echter niets veranderd in onze bedrijfsvoering. Met name de mestpreparaten gebruiken we nog steeds.